De migratiestroom uit het Nabije Oosten en Afrika raakt opnieuw een open zenuw van de politiek der Lage Landen. Tijdens de Algemene Beschouwingen op 16 september 2015 ging de leider van de PVV in zijn reacties voorbij aan de politieke correctheden, sloeg verbaal wild om zich heen en voorspelde de ondergang van het avondland. Maar hij slaagde er niet in ook maar het begin van een antwoord te geven op de vraag hoe een moderne, open samenleving als Nederland deze dreigende ondergang zou kunnen voorkomen. Zijn critici namen hem politiek niet serieus en maakten het zichzelf gemakkelijk door als moraalridders te reageren en de gulden sporen te zetten in de flanken van hun eigen “hogere waarden”. Briesend gingen ze de draak van xenofobie en islamafobie, het haatzaaiende monster, te lijf.  De door oorlog en geweld van huis en haard verdreven mensen kun je, nee, mag je niet de rug toekeren; voor iedereen die op de deur klopt moet de deur open gaan. Als je maar ruim denkt, is er ruimte voor iedereen.

Dit universalistische droombeeld is het spiegelbeeld van de particularistische waanideeën die uit de koker van de PVV-leider kwamen. Het steekspel tussen de universele rechten en “hogere” waarden en het particularistische “eigen volk” is een symptoom van de theatrale stoornis waaraan het politieke debat al langer lijdt. Weerbarstige, reële en complexe problemen veranderen op wonderbaarlijke wijze in eenvoudige vraagstukken waarop de aangedragen oplossing exact de remedie is. En wat als de werkelijkheid niet overeenstemt met het geschetste vraagstuk? Des te erger voor de werkelijkheid.

Verder lezen