Het is tijd voor een kritiek van de schijnbare rede, want onder de voorstellingen die het stempel van de rede dragen is namaak nauwelijks nog van echt te onderscheiden. Met neologismen, metoniemen en analogieën wordt de argwaan in slaap gesust en de rede de illusie gegeven een begrippensysteem boordevol betekenis te bezitten. Het laudanum van het creatieve woordgebruik bevolkt de droom die de rede lang koesterde met angstaanjagende gestaltes.

* * *

Een tijd waarin het openbare leven verzwolgen is door het leven in het openbaar, waarin het schouwspel de berichtgeving dicteert en de wereld wordt bekeken door het venster van de beleving;  waarin cultuur onbeduidend is en het onbeduidende wordt gecultiveerd; —-

een eeuw waarin moraal de politiek infecteert en amorele demagogen politiek bedrijven, waarin kapitaal menselijk wordt en de persoon productiefactor; waarin de democratisering van verbruik een dictatuur van de markt heeft gevestigd; —-

een tijdsgewicht waarin zelfbepaling wordt verward met zelfgerichtheid, authenticiteit met ongebreidelheid en originaliteit met eigenheid,

zo’n tijd heeft behoefte aan vrolijke filosofie in plaats van treurige wetenschap.