Het keerpunt in de ontwikkeling lijkt te liggen rond 1982-1983. Het begrotingstekort neemt, zij het langzaam, af. De collectieve uitgaven stabiliseren en nemen vanaf 1987 langzaam af. De inflatie is flink afgenomen en ligt in 1983 in bijna alle landen onder de 5%. De werkloosheid neemt na 1983 langzaam af. De lange-termijn rente is ook over haar hoogtepunt van 11,5 % in 1981 heen en begint aan een trendmatige daling die inmiddels al meer dan 30 jaar duurt. Daarmee komt een einde aan de sterke stijging van de rente die de overheid jaarlijks over de staatsschuld moet betalen. In de resterende jaren van dit decennium blijft de rente op de staatsschuld rond 4% van het BBP. De olieprijzen dalen al sinds 1981. Omdat de prijs van het aardgas gekoppeld is aan die van olie daalt ook de opbrengst van het aardgas. Tot grote schrik van toenmalig minister van Financiën Onno Ruding dalen deze inkomsten in 1986 scherp, waardoor hij tegen een gapend gat in de begroting aankijkt. Het is aanleiding om stevig op de rem te gaan staan.

Het Akkoord van Wassenaar, getekend op 24 november 1982, wordt alom gezien als een keerpunt in de Nederlandse arbeidsverhoudingen. Werkgevers- en werknemersvertegenwoordigers komen overeen dat meerjarig beleid nodig is om de hoge werkloosheid aan te pakken. Vooral de hoge jeugdwerkloosheid baart zorgen en daarom wordt sterke nadruk gelegd op arbeidstijdverkorting en herverdeling van arbeid. Dat mag echter, gezien de zwakke financiële positie van het bedrijfsleven “niet tot een verhoging van de kosten [..] leiden“. Met andere woorden de werknemers zullen hun looneisen matigen. Het kabinet wordt verzocht op afstand te blijven zodat de partijen “in vrijheid op c.a.o.-niveau kunnen onderhandelen“; zij zullen het kabinet wel “informeren over de feitelijke ontwikkelingen in en uitkomsten van de c.a.o.-onderhandelingen“. Het A4-tje is de geboorteakte van “de polder”, een overlegmodel dat Nederland in de jaren negentig internationaal aanzien zal geven.

Over lonen en consumptie. Arbeidsinkomensquote. Afschaffen automatische prijscompensatie.

De credietkraan gaat dicht. De inflatie wordt beteugeld, consumptief crediet beperkt, huizenprijzen kelderen. Het akkoord van Wassenaar doorbreekt  de loon-prijsspiraal. De “polder” is geboren, de polarisatie gestorven. Een samenleving die is ontzuild en “vertrost” baart de polder en zoekt het midden.

In de polder waait een andere wind en in goed overleg wordt de ‘ontspoorde’ verzorgingsstaat ‘hervormd’. Minder overheid, meer markt. Er wordt gedereguleerd, geprivatiseerd en vooral bezuinigd. De overheidsfinanciën verkeren permanent in staat van crisis, maar in stilte voltrekt zich een economische revolutie. Nieuwe Economie wordt ze gedoopt. Nederland poldert zich in paars pak omhoog tot gidsland van de Derde Weg. Als premier oogst de voormalig voorzitter van de FNV internationaal aanzien, maar de vakbeweging zakt weg in de drassige polder. De internetzeepbel barst in 2000, maar ‘greed’ blijft ‘good’. De polder strijdt met het populisme over de puinhopen van Paars. De staatsschuld daalt naar 45% in 2007. Komt na het zuur het zoet?

2008. Kredietcrisis. Financiële alchemie maakte geld goedkoop, bankiers rijk en huizen duur. Het nieuwe aan de economie was private “overbesteding” met geleend geld. De reddingsboei voor de financiële markten is peperduur. De overheid “moet” saneren.

2014. In hun te dure huis wrijven de eigenaren zich de ogen uit? Zijn alle ‘offers’ sinds 1982 voor niets geweest? Wie adviseerde hen?

Goedkoop geld, met of zonder inflatie, wordt duur betaald. Maak het daarom niet nóg goedkoper.