Op 14 augustus 1979 wordt Paul Volcker voorzitter van de Federal Reserve.
Op 6 oktober van dat jaar neemt het Federal Open Market Committee (FOCM) een besluit dat als een keerpunt in de economische ontwikkeling wordt gezien. De FED zal in haar beleid meer nadruk gaan leggen op de controle van de geldhoeveelheid (nonborrowed reserves) dan op de korte termijn rente.
Deze beleidswisseling bereikt na enige jaren haar doel -terugdringing van inflatie-, maar de prijs is hoog: een ongekend diepe economische recessie en hoge, sterk wisselende rentetarieven.
De oplopende rente brengt een groot aantal ontwikkelingslanden (o.a. Mexico, Brazilië, Argentinië) met enorme kredieten in de problemen en op 20 augustus 1982 maakt Mexico bekend dat het niet meer aan zijn verplichtingen kan voldoen. De eerste schuldencrisis is een feit.
Het IMF en de banken werken samen om deze crisis het hoofd te bieden en te voorkomen dat leningen moeten worden afgeschreven. Veel landen wordt door de internationale gemeenschap strenge besparingsprogramma’s opgedrongen. ABN topman Batenburg in een interview met De Telegraaf over deze crisis en de risico’s: “De negen grootste banken in de VS hebben b.v. anderhalf tot twee en een half maal hun vermogen uitstaan in de Zuidamerikaanse landen. Niettemin voorziet hij ook daar geen echte moeilijkheden omdat de winstcapaciteit van die banken erg groot is. .. Verwijten, dat de westerse banken zich de afgelopen jaren onverantwoordelijk zouden hebben gedragen door veel te gemakkelijk leningen te verstrekken wijst hij in hun algemeenheid van de hand. .. „Men had slechts lof voor de wijze, waarop wij de overschotten van de olielanden wisten door te sluizen naar landen met tekorten op hun betalingsbalans. Bovendien is achteraf praten natuurlijk erg gemakkelijk. Als we het echter niet gedaan hadden, dan was vermoedelijk de wereldrecessie eerder gekomen en ook dieper geweest dan nu.”“(De Telegraaf, 22 oktober 1983).

Nederland voerde weliswaar een eigen financiëel beleid en had de kredietgroei in 1977 al beperkt tot 12 percent. Op die manier wilde De Nederlandse Bank de geldexpansie beteugelen zonder de rente te verhogen. Een renteverhouging zou, zo werd namelijk gevreesd, de gulden duurder maken en dat zou weer slecht zijn voor de internationale concurrentiepositie. [..] Maar voor de economische ontwikkeling van Nederland is het beleid in het buitenland, met name de VS en Duitsland, bijna net zo belangrijk (zie dit artikel van 10 november 1979).

Dat men ten tijde van het besluit van de FED aan de vooravond staat van een wereldwijde recessie met ongekend hoge werkloosheidspercentages voorziet niemand.
In 1980 staat het percentage werklozen op 4,8%. In 1983 op 10,7%.
De huizenprijzen dalen tussen 1978 en 1982 jaarlijks met ongeveer 8% van rond fl 190.000 tot fl. 130.000.
De groei van het Bruto Binnenlands Produkt is vanaf 1979 tot met 1982 ronduit teleurstellend: 1,8%, 1,7%, -0,5% en -1,5%.

De tachtiger jaren